Het is vrijdagavond 29 maart. Ik zit op de bank met mijn dikke voet omhoog en in de hoek staan mijn krukken me aan te staren. Meer dan een maand geleden heb ik tijdens het badmintonnen een gescheurde enkelband opgelopen en nog altijd wil mijn voet niet meewerken.

Ik open mijn mail en zie dat ik een bericht heb ontvangen van de Nijmeegse 4-daagse. Hier had ik mij al een ruime tijd geleden voor opgegeven en het was nu wachten of ik ingeloot zou worden, ja of nee.
“De limiet is overscheden… De loting is geweest… bla bla”. Vluchtig scan ik de mail. Totdat ik in het midden van het bericht de woorden lees: “Wij kunnen u mededelen dat u bent ingeloot en mag deelnemen aan de 103de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen.

Yes, ik zit erbij! Vol enthousiasme wil ik opspringen, totdat ik zie dat mijn voet de vorm heeft aangenomen van een dikke aardappel. Oja…
Het dringt tot mij door dat de Nijmeegse 4-daagse ineens erg dichtbij komt en ik hier toch echt twee goed functionerende voeten voor nodig heb.

De maandag daarop heb ik een afspraak met mijn fysio. We doen wat oefeningen, hij kraakt mijn voet (ze kunnen ook alles kraken tegenwoordig) en als laatst vraagt hij standaard: “Heb je nog vragen?”
Vertwijfelt kijk ik hem aan. Aan de ene kant wil ik graag horen wat hij vind van het ‘4-daagse idee’, maar aan de andere kant ben ik bang voor het antwoord.
Ik besluit het gevaar onder ogen te komen en stel DE vraag.
Lachend kijkt hij me aan. In zijn hoofd telt hij hoeveel weken ik nog heb om te trainen en verteld me vervolgens dat dit wel moet lukken. Hij geeft me advies over goede schoenen, het oefenen en dat ik gewoon maar moet kijken hoe het loopt (ha…).

Als ik hem redelijk opgelucht een hand geef en hem zeg “Tot volgende week”, knikt hij vriendelijk en sluit af met de woorden: “De 4-daagse is sowieso gekkenwerk, ook als je normaal kunt lopen.”