Nog minder dan een week te gaan. Aanstaande dinsdag is het zover en zal ik vroeg mijn bed uit moeten om op tijd bij de start van de 4-daagse aan te komen.
Ondertussen staat de teller van de KWF donaties voor de 4-daagse op 577 euro en ik moet eerlijk zeggen, ik voel de druk. Ik ben super blij met alle donaties die ik heb ontvangen en met al de gulle gevers, maar ondertussen maakt het gevoel ‘Ik ben benieuwd hoe het gaat zijn’ ruimte voor ‘Eerder stoppen is geen optie’. Maar ik hou wel van een uitdaging!
Afgelopen zaterdag daarom toch nog maar eens een afstand van 40km gelopen. Want hoe voelt dat nou echt?

Op mijn redelijk vrije zaterdag loop ik om 8 uur de deur uit. Om nog een beetje op tijd terug te zijn, had ik bedacht om 7 uur te starten. Helaas, mislukt…
Ik loop langs het water, door de vlietlanden, richting vlaardingen. Eens kijken of de processierups daar ook te vinden is (hot topic now a days).
Het is zo vroeg nog heerlijk rustig buiten, het zonnetje schijnt en de vroege vogels die ik tegen kom tjilpen naar me of zeggen me vriendelijk gedag. Deze wandelmentaliteit mag ik wel. Door elkaar kort gedag te zeggen geef je elkaar blijk van dat je op dezelfde pagina zit. Niet je gezicht verstopt in je telefoon, maar met je neus in de wolken.
Ik loop voorbij een tuintje waar net een ouder vrouwtje naar buiten stapt. Ze schrikt van mijn snelle pas en zegt: “Zo jij hebt flink de pas erin. Zeker aan het trainen voor de Nijmeegse 4-daagse?”
Ik moet lachen. Zeg haar dat ik nog een flink stuk te gaan heb en dat de 4-daagse inderdaad op de agenda staat.

Onderweg kom ik steeds meer wandelaars tegen. Na de vele weken wandelen ben ik er achter gekomen dat ze in te delen zijn in drie categorieën: ‘rustige wandelaar’, ‘honden wandelaar’ en ‘4-daagse wandelaar’.
De eerste categorie onderscheidt zich door de rustige pas, het lichte schoeisel en de zen-houding die van hen afstraalt.
De tweede categorie is te herkennen aan de iets wat snellere pas, de ‘out of bed – look’ en niet te vergeten de hond die herhaaldelijk op en af rent met (in de meeste gevallen) een tennisbal in zijn mond.
Dan is er de laatste categorie. Te onderscheiden aan het rappe tempo, het zware schoeisel, de flesjes water aan de zijkant van de tas en vaak in duo’s van twee personen.

Na bijna 4 uur gelopen te hebben besluit ik om even kort te pauzeren. De boterhammen met pindakaas haal ik uit mijn tas. Even check ik google maps of ik nog op schema lig en smeer mijn neus nog 1 keer in met zonnebrand.
Op naar het tweede deel van de wandeling.

Uiteindelijk loop ik bijna 7,5 uur over 40 km. Om half 4 ’s middags duw ik de voordeur weer open. Ik voel me prima, maar mijn voeten zijn gevoelig.
Ik controleer nog even of mijn tenen zich hebben uitgebreid met een blaar hier en daar, maar gelukkig is dit niet het geval. Ik plof op de bank met de benen omhoog en kijk op mijn horloge. Om half 5 moet ik weg voor de volgende afspraak. Nog een uur.
Hoe ik dan moet opstaan, zie ik dan wel weer…